Ecco Le Marche

Koningsdag op 27 april of de drache nationale op 21 juli, zo heeft ieder land wel een nationale feestdag. Italië viert zelfs tweemaal: op 25 april het einde van WO II en 2 juni, de dag waarop het volk besliste dat het land na de oorlog voortaan een republiek zou worden i.p.v. een koninkrijk.

Op een morgen, we woonden hier nog maar net, hoorden we het partizanenlied Bella Ciao weerklinken gevolgd door het Italiaanse volkslied. De muziek kwam vanuit ons dorp. 25 april, zo leerden we, herdenkt men de bevrijding maar ook de gevallenen; de burgemeester en de notabelen van de gemeentes brengen een groet aan de oorlogsmonumenten, bij ons zowel in Cupramontana als in Poggio Cupro.

Sinds een bepaalde les op de basisschool (dus heel lang geleden ;-)) over een verzetsheld en zijn gevangenschap in een concentratiekamp, ben ik altijd gefascineerd geweest voor dat aspect van WOII. De kans om vorig jaar in januari een ex- krijgsgevangenkamp in le Marche te bezoeken, liet ik dan ook niet onbenut.

Italië startte zijn deelname aan WO I pas in 1915, waarbij het front zich in het noorden van het land bevond. Al gauw zocht men een oplossing voor de gevangen genomen Oostenrijkers, een gevangenkamp ver van het front, op vlak terrein, gemakkelijk te bewaken en ver van de bewoonde wereld. In Servigliano ontdekte men de ideale plek en in 1916 bouwde men er 32 houten barakken omgeven door een bakstenen muur en prikkeldraad, met plaats voor 4000 gevangenen.

Na deze oorlog gebruikte het leger de barakken als opslagplaats en overhandigde de helft van het kamp in 1935 aan de gemeente, die er een voetbalveld van maakte.

De overgebleven barakken dienden weer als krijgsgevangenkamp vanaf 1941. Hier belandden eerst Britse militairen gevangen genomen in Afrika. Vanaf 1943 kwamen er ook Amerikanen en Fransen bij. Op 14/9/1943 sloten de Italianen zich aan bij de geallieerden. De chaos die hiermee gepaard ging, gaf de gevangenen de gelegenheid om een gat in de muur te maken en zo te ontsnappen.

Dit geschiedde ook in vele andere Italiaanse gevangenkampen. De meesten vonden een schuilplaats bij Italianen thuis die zo de doodstraf riskeerden. Meer dan 25.000 ontsnapte militaire gevangenen doken onder bij de plaatselijke bevolking ! Uit dankbaarheid onderhielden heel veel ex-gevangenen jarenlang nog contact met hun redders ; Zo stichtte de ex officier J.Keith Killby een studiebeurs voor scholieren om Engels te studeren in Londen: De Monte San Martino trust Londen.

In mei organiseren ze in Servigliano soms een wandeltocht waarbij ex-gevangenen of familieleden ervan, samen met de Serviglianen, het parcours afleggen, die de gevangenen liepen toen ze door het gat van de muur ontsnapten. Ze noemen het de Sentieri di Libertà, de Vrijheidspaden.

Al heel snel namen de Nazi’s in 1943 het kamp over en naast 241 Britse gevangenen kwamen er 62 joodse families. Het zou dus voortaan tevens een doorgangskamp worden. Een bombardement gaf de gelegenheid aan de gevangenen om te ontsnappen. Helaas werd de helft van de joodse gevangenen terug opgepakt en meteen op transport gezet naar de concentratiekampen. Slechst 1 daarvan overleefde het: Susanna Hauser.

Tussen 1947 en 1955 gebruikte men het kamp als opvangplaats voor de Italiaanse ex-kolonisten uit Afrika en voor de Dalmatiërs/Istriers. Generaal Tito had nl. dit vroegere stukje Italië bij Joegoslavië ingelijfd en er alle Italianen verjaagd.

Toen de laatste vluchteling vertrok, werd de plek helemaal verlaten en verwaarloosd. Vanaf 1970 besloot het gemeentebestuur alle barakken af te breken, alleen de bewakers-barakken aan de buitenkant van de muur (tegenwoordig huisvesting voor de scouts) en een deel van de ziekenboeg bleven over. Il Parco della Pace zag het daglicht (vredespark) , een voetbalveld, en andere sportfaciliteiten.

In 2001 stichtte men de vereniging la casa della Memoria, of het huis van de herinnering, waarbij men documenten e.d. verzamelde i.v.m. de oorlogsgeschiedenis en het kamp in Servigliano. In 2013 bouwde men het ex-stationnetje om tot Aula della Memoria,. Hier kwamen immers alle gevangenen aan, bestemd voor het gevangenkamp. Tot 1955 diende het nog als station van Fermo tot Servigliano en Amandola.
Het museum vormt nu een plek waar men als bezoeker kennis kan maken met il Campo Prigionero di Guerra 59. (krijgsgevangenkamp nummer 59)

Het kamp kan men bezoeken o.l.v. een gids tijdens opendeurdagen vermeld op de site of op aanvraag. De leerlingen van de school ontwikkelden een parcours waarbij men via een QR code in 3 verschillende talen (Italiaans, Engels en Frans) uitleg kan krijgen.


0 reacties

Een reactie achterlaten

Avatar plaatshouder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *