Ecco Le Marche

Alle wegen leiden naar Rome, tenminste zo leerden we dat op school. Eigenlijk vertrokken alle wegen vanuit Rome, waarvan de belangrijkste naar het noorden de Via Flaminia was. Aangelegd door censor Gaius Flaminius in 220v.Chr , liep deze Via van Rome door Umbrië, de Apennijnen om uiteindelijk in Fano aan de Adriatische kust te eindigen. Vandaar kon men dan verder naar Rimini.

Aanvankelijk gebruikten de legioenen de Romeinse wegen, later maakten ook de marktkooplieden en reizigers daar dankbaar gebruik van.

De Romeinen bouwden hun wegen net zo breed om 2 karren naast elkaar toe te laten, 4 á 6 meter breed. Eerst maakten de bouwers een 1 meter diepe geul die ze dan opvulden met zand, kleine stenen en grind, waarop men grote straatstenen plaatsten. De wegen lagen hoger waardoor regenwater gemakkelijk wegstroomde naar de greppels die men aan weerszijden van de weg had gegraven. In gebieden met een zachte, natte bodem verstevigden men de wegen met rijen houten palen.

Tevens onderhield men ze ; keizer Augustus liet alle bruggen herbouwen en onder keizer Vespasianus ontstond een nieuwe tunnel in de Gola del Furlo, een kloof ten zuiden van Urbino.

Na de val van het Romeinse Rijk verdwenen vele Romeinse wegen doordat ze nog amper werden onderhouden. Tijdens de Renaissance maar vooral tijdens het bewind van Napoleon ontstond weer een vergelijkbaar goed wegennet in Europa.

Mijn man Erik en ik besloten om het hele Marchigiaanse gedeelte van de Via Flaminia te volgen tot Fano. Het merendeel van het traject bestaat immers nog, nl. de oude weg van Rome naar Fano.

We vertrokken bij Pontericcioli, (deelgemeente van Cantiano) dichtbij de Umbrische grens. Hier zochten we de Romeinse Ponte a 3 Archi (de 3-bogenbrug) op. Met behulp van Google Maps en de ietwat minder goede bewegwijzering ontdekten we een kleine parkeermogelijkheid. Vandaar waren het nog maar een paar minuten te voet tot aan de Romeinse brug. Hier en daar liepen we ook nog op de oude bestrating. Via een bord, dat al betere tijden kende, vernamen we dat dit zelfs een fietspad was naar Umbrië.

Daarna reden we via Cantiano, een pittoresk stadje, bekend om zijn visciole of wilde zure kersen te vergelijken met de amarena. We verkenden het gezellige stadje met de talrijke terrasjes en leuke steegjes. Het Via Flaminia museum bleek echter gesloten, al heel lang zo te zien aan de spinnenwebben bij de deur.

We verlieten Cantiano richting Cagli om halverwege de afslag Ponte Romano te nemen. Een slimme handelaar baatte hier een kiosk uit met picknickplaats. Toevallig was mijn zus daar enkele dagen geleden en ze at er de lekkerste piadine ooit. Heel vriendelijke uitbaters waarbij de ouders het ooit openden. Je kan er ook tot aan de rivier komen en erin zwemmen.

De parking was bedoeld voor klanten van de bar doch een beetje verder kon men gerust langs de weg parkeren. Tot onze verbazing maakte de Ponte Grosso nog altijd deel uit van de oude Flaminia, het huidige verkeer reed er gewoon nog over heen. Imposant dat die bruggen reeds 2000 jaren op de teller hadden.

We reden daarna door Cagli, doch ook daar bleek het Flaminia museum gesloten. Net buiten het stadje, richting Acqualagna, vonden we na goed opletten, de Ponte Mallio. Weer een mooi staaltje indrukwekkende Romeinse architectuur dat zelfs menige aardbeving overleefde !

Vervolgens bracht de Via Flaminia ons bij de abdij van San Vicenzo al Furlo. Hier stonden we 20 jaar geleden ook al, doch zonder de huidige recreatieplek, picknickplaats en barretje. Gelukkig bewaarde de abdij zelf haar schoonheid en eenvoud. Voor de bouw van de abdij gebruikte men natuurlijk ook stenen afkomstig van de Via Flaminia. In de 10de eeuw opgericht in romaanse stijl om na een vernieling terug opgebouwd te worden in de 13 de eeuw. Ook San Romualdo die we herhaaldelijk in andere artikels vermeldden, zou hier even vertoeven. Binnen valt de trap op, die naar het gedeelte gaat waar de mis gehouden wordt. Ook de 14de eeuwse fresco’s zijn goed bewaard gebleven.

We naderden nu het meest spectaculaire deel van de Via Flaminia: de tunnel bij de Gola del Furlo, de Furlo kloof of pas tussen de Monte Pietralata (889 m) en de Monte Paganuccio (976 m), gevormd door de rivier Candigliano. Een prachtig stukje natuur waar men ook fantastisch kan wandelen en kanoën.

De tunnel vormt opnieuw een bewijs voor de vernuftige bouwvaardigheid van de Romeinen; 38,30 m lang, maximum breedte 5,47 m, hoogte 5,95 m; volledig in de rots uitgehouwen met behulp van beitels. Deze forulum ( klein gaatje) in de berg gaf dan ook de naam aan de Furlokloof. Ernaast bevindt zich een kleinere tunnel, in de volksmond altijd toegekend aan de Umbriërs of Etrusken, waardoor men die veel ouder schatte dan de grote. Tegenwoordig dateert men de kleine variante eerder in de periode tussen keizer Augustus en keizer Vespasianus. Waarschijnlijk als noodoplossing bedacht om de weg begaanbaar te houden bij aardverschuivingen. In de grote tunnel konden 2 karren naast elkaar rijden, de kleine 8 m lang, max breedte 3,90 en max hoogte 4,45 bood slechts plaats aan 1 kar.

Geen probleem om onze auto te parkeren en zo de tunnel te voet bereiken. Met een mooi uitzicht op de Cantigliano rivier. Daarna reden we door de Romeinse tunnel. Zou de Gotthard tunnel binnen 2000 jaar ook nog bestaan in zijn oorspronkelijke vorm ?

De Via Flaminia bracht ons vervolgens tot Fossombrone, een stadje gesticht door Caius Sempronius Graccus, met heel veel portieken en booggalerijen. Altijd leuk om er even door te wandelen om de de sfeer te proeven en een ijsje te eten..

Net buiten Fossombrone, richting Fano, zochten we het archeologisch park met nog de resten van de oorspronkelijke Romeinse weg. Helaas bleek het gesloten, doch er was voldoende zichtbaar voor een foto.

Net zoals de Romeinen beëindigden we de reis in Fano, een kleine nederzetting ontstaan in de 1ste eeuw v Chr rond de tempel van de godin Fortuna. Zij bezorgde immers de overwinning aan de Romeinen tijdens de slag bij de Metauro tegen de Carthagers onder leiding van Hasdrubal, de jongere broer van Hannibal. In het jaar 9 liet keizer Augustus er een stadsmuur bouwen en noemde het Colonia Julia Fanestris. Een poort en delen van de stadsmuur staan er nog.

In deze huidige mooie badplaats, opende men een aantal jaren geleden het mooie Via Flaminia museum in de oude San Michele kerk. Een modern multimediaal museum die je actief betrekt bij de geschiedenis over de Via Flaminia.

Overigens staat Fano bekend als de oudste carnaval stad van heel Italië ! Hierover berichtten we reeds in een vroeger artikel.

We zochten tevergeefs de Romeinse legioenen, maar waren onder de indruk van hun kennis om wegen te bouwen en dat zonder computer ! Zo gek waren de Romeinen uiteindelijk toch niet !