Ecco Le Marche

Deze keer stellen we een mooie tocht voor, die je gemakkelijk op één dag kan afleggen. In totaal zijn het 22 km en redelijk plat, dus kan je het ook met de fiets doen. We starten aan de Abbazia Sant’Elena van Serra San Quirico. Je parkeert bij een klein hertenkamp direct aan de abdij zelf.

In 1005 gesticht door de heilige Romualdo op de plek waar al een kerkje stond, werd het de belangrijkste benedictijnenabdij van heel het gebied. in 1180 ging het over naar de Orde van de Camaldolenzer monniken om in 1212 complet herbouwd te worden.

In 1447 kwam een einde aan de bloeitijd van deze abdij doordat paus Innocentius VIII deze ontnam aan de Camaldolenzers en het plaatste onder het bestuur van kardinaal Colonna. Uiteindelijk ontving de familie Pianesi in 1816 de abdij.

Het gebouw telt voornamelijk romaanse/gotische elementen met een zeer sober interieur, waardoor de natuurstenen constructie als een versterkt geheel overkomt. Tegenwoordig gebruikt men de abdij voornamelijk bij bijzondere gelegenheden voor kerstmissen en trouwerijen.

Onze tocht gaat verder richting Apiro naar de Eremo dei Frati Bianchi. Na 4 km sla je linksaf bij het bordje Eremo en de agriturismo la Distesa. Dan sla je linksaf tot aan een slagboom. Hier laat je je auto achter en gaat te voet verder of je fietst verder omhoog op de brede zandweg. men voelt het meteen hier is het beduidend vochtiger en koeler; er stoomt nl . een beekje hier langs, de monniken hadden immers ook water nodig om te overleven. Het maakt dan ook dit gebied bekend om de speciale beschermde flora met o.a. varens, venushaar. Ook vind je er eeuwenoude hazelaars die enorm hoog zijn.

De aankomst vind ik zelf altijd adembenemend; uit het niets doemt een prachtig gebouw op dat gedeeltelijk tegen een rotswand aangebouwd werd. De eerste kluizenaarsmonniken van de Camaldolenzer orde woonden tijdens de 11de eeuw in holen , die nog altijd zichtbaar zijn. Zij droegen witte pijen vandaar de naam Frati Bianchi of witte broeders.

Vanaf de 15de eeuw lieten ze een kloostergebouw oprichten met als laatste verbouwing in de 18 de eeuw.

In tijden van Napoleon en de eenmaking van Italië werd het een moeilijke periode voor de kerk waarbij vele kostbaarheden verdwenen. Een heel deel van de bijzondere bibliotheek kwam gelukkig terecht in de bibliotheek van Cupramontana

en het altaarstuk uit het kerkje gemaakt door della Robbia bevindt zich in het het kunstmuseum van Jesi.

In 1874 keerden de monniken terug, de laatste verliet het complex rond de jaren 1920. Nu is het privébezit en organiseert men er open deur dagen, trouwerijen ( onze medeblogster Elke vierde er haar huwelijk), retraites enz…

We keren terug tot de hoofdweg en rijden ca.7km verder richting Apiro , naar de Sant Urbano abdij. Let op op! sla op een gegeven moment naar rechts het bordje geeft de naam van de abdij al aan,om dan een bruggetje over te steken en hier links af te slaan.

Nu gewoon rechtdoor blijven rijden langs mooie velden om uiteindelijk de Sant’Urbano abdij te bereiken. Hier zijn voldoende parkeerplaatsen !

We schreven er al ooit een artikel over, waarbij men als raakpunt tussen de 3 kerkgebouwen de Camaldolenzer monniken terugvindt. Ook deze 11de eeuwse romaanse abdij viel onder hun bezittingen.

De orde, gebaseerd op de “ora en labora” levenswijze van de benedictijnen, stichtte San Romualdo in de 11de eeuw in Camaldoli (Toscane) en kreeg talrijke volgelingen in le Marche. de Hij stierf uiteindelijk in de Val di Castro abdij van Fabriano. Zijn lichaam ligt in de Santi Biagio en Romualdo kerk in Fabriano, terwijl een arm in de kathedraal van Jesi te bezichtigen is.

Bij de Sant’Urbano abdij hoort ook een restaurant La Locanda dell’Abbazia di sant’Urbano, dus kun je eventueel je tocht zelfs culinair beëindigen !