Ecco Le Marche

Italië was zelfs vanaf de 13 de eeuw de grootste zijdeproducent van heel Europa. Hoe geraakte het zwaarbewaakte Chinese geheim op het schiereiland ? Het zouden monniken zijn geweest, die stiekem enkele zijderupsen mee smokkelden uit China om die dan aan de Byzantijnse keizer Justinianus te schenken in de 6de eeuw na Christus.

In Jesi kende de zijde-industrie vooral succes vanaf de 19de eeuw. Men had immers veel water nodig en in Jesi bevonden zich tientallen bronnen. Het basismateriaal, de cocon van de zijderupsen, werd geleverd door de landbouwers in de omgeving. Bijna in elke boerderij kweekte men zijderupsen…..het vrouwelijke deel van de boerderij voedde de hongerige beestjes met honderden moerbeibladeren, sommige oude vrouwen uit het dorp vertelden me, dat ze nog steeds het luide smakkende geluid van de etende rupsen horen…

Op een bepaald stadium vormden de rupsen een cocon die men dan verkocht aan de spinnerijen in Jesi. Op het hoogtepunt van de zijde-industrie telde deze stad wel meer dan 30 spinbedrijven.

Elke en ik hadden laatst de gelegenheid om een geleide wandeling door Jesi te maken o.l.v. een gids met als thema de zijdespinnerijen. Zo leerden we dat het voornamelijk vrouwen en kleine meisjes waren  die er werkten.

Kinderarbeid was begin 20 ste eeuw weliswaar al verboden, doch de meeste families waren kinderrijk, en zeer arm. Bij eventuele inspecties verstopten de meisjes zich in het huis van de directeur of onder de lange rokken van de volwassen arbeidsters. Het werk was zwaar, lang en onderbetaald. Er was iemand die het water moest koken waarin de cocons werden gedaan zodat de rupsen stierven, iemand moest dan de cocons op het juiste moment eruit halen en vervolgens startte het proces van spinnen en werden de zijdedraden gevormd…..ze mochten niet te dun en niet te dik zijn want dat kon aanleiding geven tot fikse boetes. De zijdedraden vervoerde men daarna meestal naar de textielfabrieken in het noorden van Italië.

De spinnerijen in Jesi kwamen begin de 20ste eeuw en voornamelijk na de eerste wereldoorlog uitgebreid in het nieuws want in 1919 verwierven de arbeidsters allemaal de 8-uren dag na wekenlange strijd en stakingen. De persoon die erachter zat was Gemma Perchi een zeer moedige kordate vrouw die alle arbeidsters, meer dan 1000, tot zo’n lange staking kon overtuigen, waarbij ze wisten dat ze dan ook geen geld zouden verdienen. Ze had al voor een werkurendaling gezorgd van de oorspronkelijke 14 uur per dag tot 9 uur . Een enorme overwinning zeker als je bedenkt dat zij hiermee de allereerste arbeidsters waren ( ook in Europa ) die dit voor elkaar kregen.

We zijn nu precies 100 jaar later en op 1 mei werd deze gebeurtenis dan ook vol trots herdacht.

Tijdens de rondleiding wandelden we nog langs 2 grote gebouwen die ooit spinnerijen waren, nu omgevormd tot kantoren en woningen. Ook liepen we op overdekte waterlopen die ooit het water leverden voor de zijde. Op een tentoonstelling waarin oude foto’s uit Jesi met moderne foto’s vermengde, zag men dat heel goed.

 

De hele zijdeproductie zakte in de 50’er jaren helemaal in elkaar, niet door concurrentie of omdat het slecht liep, nee maar door gebrek aan basismateriaal. De arbeidsters werden immers nog financieel uitgebuit maar ook de boeren die de cocons leverden, kregen maar weinig geld voor de grondstof. Toen dan overal fabrieken ontstonden en de werkgelegenheid steeg, verkoos men eerder het beter betaalde fabrieksleven boven  het sukkelen voor een armoeloontje. Geen zijderupsen meer betekende dan ook snel geen zijde meer.

De belangrijkste getuigen in het landschap van die ooit blakende industrietak zijn de oude moerbeibomen (gelsi in het Italiaans) die nog dikwijls de tuinen  of weilanden sieren van oude boerderijen. Een oude moerbeiboom in de tuin ? daar werden vast en zeker zijderupsen gekweekt ! De meeste dienen vandaag zelfs als fantastische natuurlijke parasol.

Gelso