Ecco Le Marche
  • 16
    Shares

We beloofden jullie in onze blog af en toe een geheim te onthullen, een plek dat verdient om  bezocht te worden. Maak kennis met il museo del Cappello (hoedenmuseum) van Montappone, in de provincie Fermo. Dit museum verraste ons in heel positieve zin, leuk, interessant met enthousiaste medewerkers ! Samen met signore Armino doken we de wereld in van de hoeden , meer bepaald de strohoeden.

De rondleiding startte bij een speciaal soort graan; in deze streek verbouwde men eeuwenlang het inheemse Iarvicella graan, glutenarm en vezelrijk, maar vooral een soort met zeer lange halmen. Het graan verwerkte men tot brood of pasta, de halmen dienden als basismateriaal voor strohoeden.

Men sorteerde en sneed ze af tot een bepaalde lengte.

Aanvankelijk gebeurde alles met de hand, later bedacht men hiervoor een eenvoudig houten sorteermachine. Al draaiende aan een hendel zien we hoe de halmen  in grote blikken door bepaalde gaatjes gesorteerd worden.

Vervolgens belandden de halmen in een houten kist om ze met behulp van houtskool en zwavel te bleken en te ontsmetten. Deed men dat niet dan zouden de strohoeden een lelijke kleur bezitten maar ook beschimmelen.

De halmen vlocht men dan tot meterslange slierten, dit gebeurde al wandelend en door heel de familie, van de 4-jarige kleuter tot opa en oma, iedereen vlocht mee. De lange slierten naaide men dan aan elkaar en de hoed was af. Vroeger verliet niemand zijn huis met onbdekt hoofd, mijn beide grootvaders heb ik dan ook altijd met pet of heod naar buiten zien gaan. De arme boeren moesten zich  vooral beschermen tegen de felle zon en zo kwam het goedkoop materiaal goed van pas.

Eeuwenlang handwerk evolueerde langzaam aan het einde van de 19de, begin 20 ste eeuw tot machinale productie. Dit verlichtte het werk en maakte productie op grote schaal mogelijk .  Iedereen op het platteland kon zo’n strohoed wel gebruiken en ze werden dan ook deur aan deur verkocht. We zien een foto van zo’n verkoper met een grote stok op zijn schouders waar veschillende hoeden aan hangen. Zo’n stok staat tentoongesteld, die hoeden mochten dan wel niet veel wegen, maar hoeveel kilometers te voet legde deze man af per dag,  heuvel op,heuvel af ? Met het risico aangevallen te worden door dieren of rovers. Zijn stok eindigde dan ook in een heel scherpe punt, toch nog zoiets als een wapen bij zich.

We zien niet alleen hoeden in het museum, maar het stro diende tevens om tassen , waaiers, e.d  te maken….

.Eén afdeling draagt de naam van “de Gekke Hoed” een project waarbij belangrijke Marchigiaanse bedrijven of amabachtslieden een aparte hoed moesten realiseren, we zien een spaghettihoed van de beroemde pasta fabriek uit Campofilone , een gouden hoed van goudsmid Gina Galieni en nog talrijke originele ontwerpen. Nog een extra reden om dit met eigen ogen te komen zien !

Zo groeide hier langzaamaan een belangrijke hoedenindustrie rond Montappone en de buursteden Massa Fermana, Monte Vidon Corrado en Falerone. Met al lang niet meer uitsluiend het stro als basismateriaal maar ook wilgenhout, wol, vilt,linnen enz… tegenwoordig maken ze hier nog 70% van de luxe hoeden voor de hoogwaardige mode uit heel Italie en Europa !.

We keken onze ogen uit en het leukste kwam op het einde: we mochten ons een mooie hoed uitkiezen en zich ermee laten fotograferen .

Met een blij gevoel verlieten we het toffe museum, we waren een een hoop wijzer geworden konden het nog altijd moeilijk geloven hoe zo’n kleine gemeente van amper 1500 inwoners zo belangrijk werd en is voor de hoedenproductie in Europa. Terug op de piazza ging het  volgende lied niet meer uit mijn hoofd, bekend in alle jeugdbewegingen: Mijn hoed die heeft 4 deuken…..

 

Voorlopig enkel op aanvraag te bezoeken:  0734 760 134. Op aanvraag ook Engelstalige rondleidingen mogelijk .

Inkomprijs 2,5 euro.

In juli zijn er de hoedenfeesten waar men nog hoedenmaaksters aan het werk kan zien.