Ecco Le Marche

In onze vorige artikelen vermeldden we reeds de bijzondere plekken waar monniken hun kloosters bouwden, denken we maar aan de Eremo dei Frati Bianchi of de abdij van Sant’Urbano.

Ook deze keer nemen we jullie mee naar een magnifiek oord, midden in de bossen in de heuvels nl. de Monastero di Fonte Avellana, waar we jullie vorige keer een mooie wandeling beschreven. Maar de abdij op zich verdient tevens een bezichtiging !

700m hoog op de bosrijke flanken van de Monte Catria (1700m hoog) bevindt zich het religieuze gebouw in de gemeente Serra Sant’Abbondio.
In de 10de eeuw bouwden enkele monniken eenvoudige cellen om als kluizenaar te leven. Dichtbij een waterbron (= fonte), omgeven door hazelaars (corius avellana) vonden ze de ideale plek hiervoor. In 1325 kwam dan het huidige klooster tot stand . Dankzij al die abdijen en kloosters ontwikkelde zich de omgeving ook langzaamaan en herstelde zich van de invallen van volkeren en van de achteruitgang na de val van het Romeinse Rijk. Sommigen kloosters werden echter zo machtig en rijk dat er dikwijls niet meer veel overbleef van de oorspronkelijke religieuze doelen .

In de 11de eeuw beïnvloedde Sint Romualdus de monniken met zijn leer die zou groeien tot de orde van de Camaldolesi. Sint Petrus Damiani (die we in het vorig artikel vermeldden) drukte als prior zijn stempel door. Hij werd dan ook vereeuwigd met een bronzen standbeeld.

Ten tijde van Napoleon kwam er een einde aan de bloeitijd en het zou tot na de eenmaking van Italië duren vooraleer dat het monastero terug opbloeide. Tegenwoordig leeft er nog altijd een groepje monniken, met een apotheek waar je zelfgemaakte producten op basis van kruiden kan kopen en zijn er geleide wandelingen in de abdij zelf. Helaas is het niet toegestaan om binnen foto’s te maken en mag men de oude historische bibliotheek niet bezoeken.

Tijdens een rondleiding bezoek je:

– het Scriptorium, de ruimte voor één van de belangrijkste bezigheden van alle monniken over heel de wereld: het overschrijven van antieke geschriften. In de 12 de eeuw namen de monniken de zaal in gebruik tot de 15de eeuw want de uitvinding van de boekdrukkunst maakte het kopiëren overbodig. Tegenwoordig is het een leeszaal geworden.
– de Zaal van San Giovanni da Lodi waar men perkament maakte.
– de Kapittelzaal uit de 12de eeuw waar de monniken zich verzamelden, de naam kapittel verwijst naar het feit dat men de bijeenkomsten begon met het voorlezen van 1 kapittel of hoofdstuk uit de leer van de heilige Benedictus..
– de Crypte uit de 10de eeuw, het oudste gedeelte van de monastero
– de Romaanse kerk uit de 12de eeuw met een verhoogd altaar en een houten kruis uit de 16de eeuw en het neo-classicistische koorgestoelte uit de 19de eeuw.

De historische bibliotheek, opgericht in 1733 door abt D. Giacinto Boni di Forlì is jammer genoeg niet geopend voor het publiek. Tijdens de Napoleontische tijd en de eenmaking van Italië verhuisden de boeken naar andere plekken, maar kwamen gelukkig in 1933 terug. De collectie bestaat uit een verzameling boeken vanaf de 15de eeuw (begin van de boekdrukkunst) tot de 20ste eeuw, met het oudste exemplaar uit 1470. De met de hand geschreven perkamenten geschriften belandden allemaal in de Vatikaanse Bibliotheek op 11 exemplaren na.

In 2011 wijdde men de nieuwe glas-in-lood-ramen in voor het hele gebouw, gemaakt door de Belgische glaskunstenaar en professor Joost Caen. 4 jaar zocht hij een manier om de zestigtal ramen van het monumentale benedictijnenklooster volledig uit te rusten met nieuwe ramen. De oorspronkelijke ramen uit transparant albast of een dun soort marmer waren al lang verdwenen en vervangen door gewone glazen vensters. De helft van de nieuwe ramen sponsorde een West-Vlaamse familie uit Pittem ter nagedachtenis aan een overleden familielid. De rest van de financiering kwam uit Italië.

De beroemdste telg die hier ooit verbleef is wellicht de dichter schrijver Dante Alighieri; waarschijnlijk was hij er rond 1318, toen hij verbannen was in Gubbio. Hij vermeldt het klooster dan ook in ParadijsXXI, 106-111: Dante ontmoet Sint Petrus Damiani.
Deze verzen leest men in een gedenksteen:

“  Tra duo liti d’Italia surgon sassi,
E non molto distanti alla tua patria,
Tanto che i tuoni assai suonan più bassi:
  E fanno un gibbo che si chiama Catria,
Di sotto al quale è consecrato un ermo,
Che suol esser disposto a sola làtria. ”
(Paradiso XXI, 106-111)

,,Temidden van Itaaljes beide kusten,
niet verre van uw Stad
verrijzen bergen,
zo hoog, dat zelfs de donders lager rollen;
de bergrug, die ze vormen, heet Catria;
daaronder ligt ‘n eenzaam heilig klooster,
waarin de ziel uitsluitend God mag dienen.” — vertaling door A.S.Kok.

Aan het begin van het klooster bevindt zich de botanische tuin dat helaas een onderkomen indruk maakte. Maar de 1000 jaar oude taxus (waarschijnlijk de oudste van Europa ?) is wel even de moeite waard om er te wandelen. Het is eerder een 1 hectare groot arboretum met eeuwenoude bomen uit de Apennijnen en Italië. Je kan er nu gratis binnen.

Veel Marchigianen weten het klooster vooral ‘s weekends of in de zomer te vinden; je kan er immers prachtig wandelen, het klooster bezoeken en er iets nuttigen . Er zijn ook een aantal picknicktafels waar je je meegebrachte proviand kan eten. Buiten het seizoen kan je er vast en zeker heerlijk tot rust komen.